
Nederland staat voor een ingrijpende herziening van de energieprestatiewetgeving. Hoewel 2027 vaak wordt genoemd, vindt de echte schaalwijziging plaats in 2030. Hieronder leest u wat er nu al vaststaat en wat nog onzeker is.
Gedreven door de Europese richtlijn EPBD IV (Richtlijn (EU) 2024/1275) moet de gebouwvoorraad in 2050 emissievrij zijn. De Nederlandse overheid voert dit in vier stappen (tranches) uit. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het nieuwe labelontwerp in 2026 en de definitieve schaalwijziging in 2030, waarbij de huidige 'plus-labels' (A+ tot A++++) volledig verdwijnen.
In de markt wordt de overgang van A++++ naar A vaak aan 2027 gekoppeld. Juridisch klopt dat niet. Het jaar 2027 staat bestuurlijk vooral in het teken van de consultatie en vastlegging van eisen voor de utiliteitsbouw en de invoering van de rekenplicht voor levenscyclus-emissies (WLC-GWP) bij grootschalige nieuwbouw. De daadwerkelijke schaalaanpassing — waarbij A++++ verdwijnt en de schaal opnieuw wordt begrensd van A tot en met G — vindt juridisch en operationeel plaats op 1 januari 2030 (vierde tranche, met vaststelling van het wetgevingsbesluit in 2029).
De invoering verloopt in vier tranches. De meeste verwarring ontstaat rond 2027; de daadwerkelijke overgang naar een simpele A t/m G-schaal valt echter pas in 2030.
Zo ziet de nieuwe, gecentreerde energielabelschaal er vanaf 2030 uit — de plus-labels maken plaats voor één heldere reeks van A tot en met G:
| Tranche | Inwerkingtreding | Inhoudelijke kernpunten | Wetgeving / besluiten |
|---|---|---|---|
| 1e tranche | 29 mei 2026 | Vernieuwd labelontwerp; verplichte vermelding CO₂-uitstoot en finaal energiegebruik; klasse A0 voor ZEB; energielabelplicht monumenten; labelplicht bij huurcontractverlenging en ingrijpende renovatie. | Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Omgevingsregeling (Or) |
| 2e tranche | 1 januari 2027 (verplichtingen per 1 jan 2028) | Rekenplicht levenscyclus-emissies (WLC-GWP) voor nieuwbouw >1.000 m²; ZEB-eisen overheidsgebouwen vanaf 2028; aanscherping minimumeisen nieuwbouw. | Bbl, Omgevingsregeling, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) |
| 3e tranche | 1 juli 2027 (eisen per 2030 / 2033) | MEPS voor utiliteitsbouw (min. label D in 2030, label C in 2033); ZEB-richtwaarden bestaande bouw; herijking isolatiestandaard. | Bbl, Bkl |
| 4e tranche | 1 januari 2030 (vaststelling in 2029) | Volledige herindeling energielabelschaal: plus-labels verdwijnen; schaal A t/m G; gemoderniseerde NTA 8800 op basis van totaal primair energiegebruik. | Herziening Stelsel EPG, Omgevingsregeling |
Bij een transitie van deze omvang is het cruciaal om onderscheid te maken tussen wat juridisch is vastgelegd en wat nog beleidsmatige onzekerheid kent.
Voor alle energielabels die vanaf 29 mei 2026 worden geregistreerd, wordt het afschrift uitgebreid met nieuwe indicatoren:
Een geldig energielabel is niet langer alleen vereist bij verkoop of oplevering. Vanaf de eerste tranche moet een label ook aanwezig zijn:
De uitzonderingspositie voor beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten ten aanzien van de energielabelplicht is geschrapt. Bij verkoop of verhuur van een monumentaal pand moet voortaan verplicht een energielabel worden opgesteld. Monumenten blijven wél vrijgesteld van inhoudelijke minimale energieprestatie-eisen, zoals de label C-verplichting voor kantoren of toekomstige renovatienormen.
Op basis van EPBD IV (artikel 20) staat vast dat Nederland de plus-labels (A+ t/m A+++++) volledig laat vervallen. De schaal wordt teruggebracht naar A tot en met G, waarbij A staat voor een zeer energiezuinig gebouw en G voor de slechtst presterende categorie.
Wettelijk is vastgelegd dat deze nieuwe schaal niet langer wordt gebaseerd op het fossiele primaire energiegebruik alleen, maar op het totale primaire energiegebruik. Bestaande labels die vóór de stelselwijziging zijn afgegeven, behouden op grond van het overgangsrecht hun geldigheidstermijn van tien jaar vanaf de registratiedatum.
Het Bbl wordt aangepast om verhuurders te verplichten de slechtst presterende woningen te verduurzamen. Tussen 2029 en 2030 treedt een normering in werking die het verhuren van woningen met een E-, F- of G-label verbiedt. Verhuurders worden gedwongen deze objecten op te waarderen naar minimaal energielabel D.
Het meest in het oog springende vacuüm is het ontbreken van de exacte energetische grenswaarden voor de nieuwe A-t/m-G-schaal. Er staat nog niet op papier bij hoeveel kWh/m²·jaar aan totaal primair energiegebruik de afkapgrenzen tussen A, B, C en de lagere klassen komen te liggen. Het ministerie van VRO werkt deze grenzen uit in aanloop naar de vierde tranche, waarvan het wetgevingsbesluit pas in 2029 wordt vastgesteld.
Parallel aan de schaalherziening wordt de onderliggende bepalingsmethode (NTA 8800) ingrijpend gemoderniseerd. Nog niet definitief vastgelegd is hoe de rekensoftware per 2030 omgaat met onder meer uurlijkse rekensimulaties (in plaats van maandgemiddelden), dynamische netbelasting, het effect van gebouwautomatisering (GACS) en de correctie voor geactualiseerde klimaatdata en zomerse oververhitting. De eerste proefberekeningen met de vernieuwde methodiek staan pas gepland voor maart 2027, waardoor de exacte impact op individuele gebouwen tot die tijd onzeker blijft.
Er ontbreekt nog elke vorm van wetgeving over de herijking van het WWS voor de situatie na 1 januari 2030. De huidige Wet betaalbare huur kent punten toe op basis van het stelsel met plus-labels. Het is onbekend of de maximale puntenmassa (nu 62 WWS-punten voor een A++++ label) straks wordt toegekend aan de nieuwe "Label A"-klasse, of dat de punten worden herverdeeld over de gehele A-t/m-G-schaal.
Door de tienjarige geldigheid van labels bestaan er vanaf 2030 drie verschillende generaties naast elkaar:
Uit consultatiereacties van brancheorganisaties (o.a. Aedes, Vastgoed Belang en IVBN) blijkt grote zorg over het ontbreken van overgangsrecht. Er staat nog niet op papier hoe geschillen worden beslecht wanneer twee fysiek identieke woningen binnen hetzelfde complex een verschillende WWS-score behalen — puur doordat het ene appartement nog een geldig A++++ label uit 2028 heeft en het buurappartement een nieuw "Label A" uit 2031.
De labelwijziging werkt direct door in de maximale huurprijs via het Woningwaarderingsstelsel (WWS). Sinds de Wet betaalbare huur (1 juli 2024) levert een goed label flinke bonuspunten op, terwijl een slecht label punten kost — en juist rond de schaalwijziging van 2030 ontstaat hier onzekerheid over de waardering.
Lees verder: Energielabel & WWS: zo bepaalt uw label de huurpunten →
De overgang naar 2030 brengt aanzienlijke onzekerheid met zich mee. Woningen die nu vergaand worden verduurzaamd, zijn het best voorbereid — maar het loont om nu al op de juiste parameters te sturen.
Wilt u weten waar uw vastgoed straks staat? Labelverbeteraar helpt u de impact van de transitie op uw energielabel in kaart te brengen, zodat u nu al de juiste keuzes maakt. Neem contact op voor een analyse.
Data gebaseerd op de EPBD IV Richtlijn (EU) 2024/1275, de Wet Betaalbare Huur (1 juli 2024) en publicaties van o.a. het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), Rijksoverheid, RVO, Volkshuisvesting Nederland, de Huurcommissie en Aedes. Aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.